Categorie: Uncategorized

  • Rob: “Je probeert dit bij een tweeling niet te doen, maar het gaat automatisch”

    “Wat een goede hulpen heb je”, zegt een voorbijganger als ik met Mila en Noud in de supermarkt loop. Nadat we onze oudste naar school gebracht hebben, fietsen we altijd langs de supermarkt, en Mila en Noud lopen beiden met een klein karretje achter me aan.

    Hij heeft gelijk, kleine kinderen vinden weinig dingen leuker dan papa of mama helpen. En het maakt niet uit waarmee. Maar productieve hulp is het niet altijd. De supermarkt gaat goed. Ze weten dat ze bij mij in de buurt moeten blijven, en dat ze niet van alles zomaar uit de schappen mogen pakken. En helpen met koken lukt meestal ook wel.

    Maar vaak houdt het “ik wil helpen” me vooral van het werkje dat ik wilde doen af, en ben je hen meer aan het begeleiden dan dat je zelf iets gedaan krijgt. Ik kan hier af en toe wel gefrustreerd over worden, al realiseer ik me dan vooral dat ik het zelf verkeerd heb aangepakt.

    Want de truc is om ze iets te laten doen dat lijkt op helpen, maar vooral geschikt is voor kleine kinderen. Dus niet helpen met plantjes in de tuin zetten (als je tenminste wilt dat er aarde en plantjes op de juiste plek in de tuin terechtkomen), maar takken en blaadjes verzamelen. Niet de ramen zemen, maar wel met een droog doekje de meubels afnemen. Dan is het voor hen een spelletje, en kom je zelf aan je klusje toe. En ja, ook dan doe je er langer over dan zonder kinderen, maar daar moet je je maar bij neerleggen.

    En hoewel dit voor de meeste kinderen waar zal zijn, gaat wel ieder kind er anders mee om. En zeker bij een tweeling vallen verschillen extra goed op. Ook bij ons, Mila en Noud zijn echt twee heel verschillende kinderen. Noud wil niets liever dan helpen, en sleept zijn zus mee. Mila houdt niet zo van de bezigheidstherapie, en zoekt vaak snel iets anders om te doen.

    Zo vergelijk je een tweeling constant met elkaar: de een liep sneller, de ander is sterker, en terwijl de ene nog losse woordjes brabbelde, praatte de ander al in volle zinnen. Dit gaat automatisch, ook al proberen we het te voorkomen. Ik heb me daarom vanaf het begin voorgenomen om niet te vaak te vergelijken en zo min mogelijk “de tweeling” te zeggen.

    Want naast onderdeel van een tweeling, zijn ze beiden natuurlijk ook zichzelf, en we willen niet dat zij zich alleen maar “1 van de tweeling” voelen. En het is misschien voor de een leuk om te horen dat hij of zij ‘voorloopt’, maar dat de ander daardoor automatisch ‘achterloopt’ is toch minder. We willen dat beide kinderen zich als zichzelf ontwikkelen. En gelukkig zijn Noud en Mila broer en zus, en loopt de ontwikkeling van jongens en meisjes sowieso niet synchroon, want bij een een-eiige tweeling zal dit nog sterker zijn.

  • Dick: “Ze zijn net een getrouwd stel”

    Dat het hebben van een tweeling regelmatig hard werken is, zal niemand verbazen. Zelfs nu onze tweeling drie jaar is, worden de nachten nog regelmatig onderbroken en stellen ze mijn geduld regelmatig op de proef. Maar ik ben ook de eerste om te benadrukken dat het geweldig is om een tweeling van zo nabij te zien opgroeien. Het is moeilijk om uit te leggen waarom dit zo is, maar hieronder doe ik een poging.

    Lees verder…
  • Rob: “In het vliegtuig schreeuwde de oudere dame ‘En nu is het afgelopen!’ naar ons zoontje”

    Om even aan de koude januarimaand te ontsnappen, hadden we een weekje naar de zon geboekt. Onze oudste wordt alweer bijna 5 jaar, het moment dat de leerplicht officieel start, dus dit was het moment om er nog even tussenuit te gaan, zonder aan de hoge prijzen van de schoolvakanties gebonden te zijn. Met het vliegtuig, want helaas is er in januari geen lekker weer op rij-afstand: voor het eerst vliegen met de kinderen, en dan meteen een kleine 6 uur, naar Egypte. De bestemming, een resort in Hurghada, was misschien niet zo avontuurlijk als die van eerdere vakanties, maar het vliegen met de kinderen vonden we toch best spannend.

    Lees verder…
  • Dick: “Als ze maar niet zouden ontwaken door een plens koud water in hun gezicht”

    Zo nu en dan vraagt iemand aan mij of ik – als vader van vier jonge kinderen – tips heb voor jonge ouders. Dat vind ik altijd lastig, want ik doe ook maar wat. En ik ben wel ervaringsdeskundige, maar alleen met onze eigen kinderen. Andere kinderen hebben misschien weer iets anders nodig. Maar één tip kan ik wel geven: doe iets. Als de kinderen zonder duidelijke reden hangerig of chagrijnig zijn: ga iets met ze doen. Speeltuin, kinderboerderij, speelbos, het maakt eigenlijk niet uit. Gewoon, even naar buiten. Soms lang, soms kort, maar ik heb er nooit spijt van!

    Lees verder…
  • Rob: “Het zag er eng uit, dus we besloten een ambulance te bellen”

    De kerstvakantie is achter de rug, en de school van onze oudste is weer begonnen. Dit betekent dat ik op mijn vrije dag weer “alleen” met Mila en Noud ben. 

    Op deze momenten wordt een van de voordelen van een tweeling duidelijk: ze spelen en kletsen met elkaar en hebben mij dus niet per se meer nodig om hen te vermaken. Nu ze goed kunnen communiceren wordt echt duidelijk welke band tweelingen opbouwen. Natuurlijk spelen ze ook veel met hun oudere broer, maar dat voelt toch anders.

    Lees verder…
  • Dick: ‘Een impertinente en irrelevante vraag’

    Als je met een baby-, dreumes- of peutertweeling op stap gaat krijg je vaak allerlei reacties. Ik vind dat altijd leuk, want enige trots is geen tweelingvader vreemd en dergelijke aandacht geeft de mogelijkheid die trots te etaleren. Meestal beginnen de gesprekjes op een vergelijkbare manier. Eerst staart de voorbijganger een tijdje naar de twee kindjes. Na bevestigend antwoorden op de wat obligate openingsvraag “zijn ze een tweeling?” zijn er een paar vervolgreacties of vragen mogelijk. Het meeste hoorde ik “dat zal wel druk zijn!” of “ik vond één kind (of: twee ‘losse’) al druk!”, maar ook kwam de vervolgvraag “zijn ze eeneiig of twee-eiig?” regelmatig terug.

    Lees verder…
  • Dick: ‘Dit is een ode aan de bakfiets’

    Deze column gaat over een vervoermiddel dat vaker negatief dan positief in het nieuws komt: sommige modellen bleken onverwachts in tweeën te breken, er zijn irritaties over de parkeerruimte die ze innemen, verzekeren is soms lastig en sommige mensen zouden ze het liefst op de rijbaan willen zien in plaats van op het fietspad. Maar ik ben – net als ongetwijfeld veel meer tweelingouders – groot fan van dit veelzijdige wonder. Daarom is deze column een ode aan de bakfiets.

    Lees verder…
  • Rob: ‘Hadden we dit niet gedaan, dan hadden de kerstdagen veel meer gehuil en gegil gehad’

    Nu de Sint in het land is, en alles met de stoomboot gelukkig goed gekomen is, begint er een intensieve periode bij ons thuis. Met de verjaardag van Mila en Noud, pakjesavond en de rest vliegt de decembermaand voorbij.

    Lees verder…
  • Dick: ‘Feit of fabel: bestaat die speciale verbinding tussen een tweeling echt?’

    Je hoort het vaak: tweelingen die een speciale verbinding lijken te hebben. ‘Twin telepathy’ wordt dat genoemd. Ze voelen soms precies hetzelfde, ook als ze niet bij elkaar in de buurt zijn. Of ze reageren precies identiek op een vraag of opdracht. Telepathie?

    Lees verder…
  • Rob: ‘2 kinderen in 2 draagzakken moeten dragen laat je wel een echte superpapa voelen’

    In het paasweekend hebben we de vouwwagen opgezet op een camping in Toscane. Voor het eerst tijdens onze lange reis, want in Zuid-Duitsland en Noord-Italië was het niet bepaald kampeerweer, dus kozen we daar voor een hotelovernachting. Mila maakt direct een vriendinnetje in de eerste pizzeria die we binnenstappen: dat begint goed!

    Lees verder…