Het eerste jaar als tweelingvader is moeilijk samen te vatten. En waarschijnlijk is iedere samenvatting anders, want er is niet zoiets als “de tweelingvader”. In ieder geval omschrijf ik mezelf als trotse vader.
Trots omdat ik blij en gelukkig ben met 3 geweldige kinderen met weinig (of dus zelfs geen) leeftijdsverschil, trots omdat Maaike en ik samen een goed team zijn, en we voor ons gevoel de juiste balans tussen routine en pragmatisme gevonden hebben en trots omdat van “het einde van je leven” en “je hebt alleen nog tijd voor je kinderen” geen sprake is gebleken.
Een tweeling krijgen blijkt prima te combineren met uitdagende banen, sport, hobby’s en het afspreken met vrienden. Beiden zijn wij in het eerste jaar aan een nieuwe baan begonnen, en dat bleek goed te doen. De huidige ouderschapsverlofregelingen helpen daar natuurlijk bij. Ook een
nieuwe vloer in ons huis, en het trainen voor en lopen van een halve marathon kon geregeld worden.
Heb ik nieuwe niveaus van vermoeidheid ontdekt, en zat ik er soms even doorheen? Natuurlijk! Dit kwam voor mij met name in het tweede half jaar, en van weinig slapen en twee huilende kinderen in het midden van de nacht als je de volgende ochtend weer moet werken, word je natuurlijk geen leuker mens. In deze fase werd het eigenlijk pas echt vermoeiend, omdat we hierin soms ook te grote stappen maakten. Iedere dag van het weekend bij vrienden of familie op bezoek, en ook nog trainen voor een hardloopwedstrijd: de agenda raakt snel vol met allemaal leuke dingen, maar dat wordt met korte nachten en overdag ook weinig rust wel zwaar.
Wees gerust, ook aan die periode komt een eind, want je vindt er vanzelf weer een ritme in. Tegen de tijd dat de kinderen een maand of 7-8 zijn is hun slaapritme als het goed is stabieler, en heb je weer meer energie opgebouwd. En ook een dutje op de bank valt prima in te plannen…
Voordat we wisten dat we een tweeling zouden krijgen, grapte ik weleens dat het mij wel efficiënt leek, twee tegelijk. Hier bleek een kern van waarheid in te zitten: twee flesjes maken is zeker niet twee keer zoveel werk als één, en een tweeling krijg je makkelijker in 1 ritme dan 2 kinderen in een verschillende levensfase, dus de kans op periodes met rust is ook wat groter.
Er zijn ook nog genoeg dagen dat we tegen elkaar zeggen dat het pittig is, maar we hebben het gevoel dat we inmiddels een “normale” situatie hebben bereikt voor een gezin met 3 kinderen. Dat hebben we ook geleerd: een tweeling telt echt als twee kinderen. Toch maak je in je hoofd steeds de verkeerde vergelijking, vaak met negatieve gedachtes tot gevolg. Want natuurlijk verzucht je wel eens (alleen of samen): “was het niet makkelijker als we 1 kind gekregen hadden”.
Een open deur, want dan had je slechts 1 kind erbij, en geen twee. Dat 1 kind minder energie kost dan 2 kan iedereen die kan tellen bedenken, dus let op met welke situatie je jezelf vergelijkt.
Voor ons is de tweeling het 2e en 3e kind, en is een gezin met 3 kinderen dus het juiste vergelijkingsmateriaal. Een jong gezin met 3 kinderen draaiende houden is sowieso pittig en vaak chaotisch, of het nu om een tweeling gaat of niet. Een gezin met 3 kinderen zonder tweeling heeft het ook druk, ook met 3 kinderen van verschillende leeftijden moet je je aandacht goed verdelen, en je bent ook echt niet de enige bij wie er steeds een ander kind eten, drinken of een schone luier nodig heeft. En dan valt het allemaal wel weer mee…
Mocht dat niet helpen, dan is er nog humor! Het wordt vanzelf grappig om eenling-ouders te horen zuchten dat ze het zwaar hebben. Dat voordeel pakt sowieso niemand je af!
Plaats een reactie