Auteur: superpapablog

  • Dick: “Ik ben geweldig blij met onze kinderen en toch voel ik ongemak bij het delen ervan”

    Ik ben geweldig blij met onze tweeling en onze andere kinderen. Toch voel ik een zeker ongemak bij het delen ervan. Er zijn immers ook genoeg mensen van wie de kinderwens niet wordt vervuld of met veel verdriet gepaard gaat. Zo aarzel ik soms om in gesprekken mijn kindergeluk te benoemen. Ik ben bang dat mijn geluk te veel contrasteert met hun verdriet.

    Het is een moeilijk onderwerp. Want als je zelf een vervulde kinderwens hebt, is het heel erg moeilijk om je te verplaatsen in iemand die graag kinderen wilt maar niet heeft. En dat geeft onzekerheid. Want ernaar vragen is niet makkelijk: daarmee confronteer je de ander automatisch met het contrast.

    Het lastige is: dan kom je dus niet verder dan het invullen van het gevoel van de ander. Omdat zo’n gevoelig onderwerp dan wordt vermeden, kan er een bepaalde afstand ontstaan. Niet voor niets zie je dat in vriendengroepen vaak verwijdering ontstaat tussen mensen met en zonder kinderen.

    Toch is ook dit ongemakkelijk. Want helpt het vermijden van zo’n onderwerp nu écht? Ik weet het niet. Zwijgen voelt voor mij ook niet als een oplossing.

    Kelly van Goens schreef het boek Ze brengen ze niet met de ooievaar dat vorige week verscheen, over haar eigen onvervulde kinderwens. Ze herkent dit taboe ook, zegt ze in een interview met Linda: “Er zit een sociaal ongemak in. Omdat niet iedereen dit verdriet kent, weet niemand echt wat ze moeten doen.”

    Haar tips? Vraag hoe de ander zich écht voelt, voorbij de praktische details. “Als je kinderen hebt en het lukt bij een vriendin niet: het kan fijn zijn als er soms een setting is waar het niet over de kinderen gaat en je even samen kan zijn als vriendinnen.”

    Voor vaders – voor wie dit een onderwerp is dat vaak nóg lastiger te bespreken is – geldt dit ook denk ik. Dus: er gewoon voor elkaar zijn, afspreken zonder kinderen en niet altijd over de kinderen beginnen. Maar wel: doorvragen naar hoe de ander zich echt voelt. Wie weet komt dan ook mijn ongemak ter sprake. Dan kan er in plaats van verwijdering zelfs toenadering ontstaan. Ik ga het proberen.

  • Rob: “Wijs besloten ze samen dat dit de aankoop op de vrijmarkt ging worden”

    Met een tweeling heb je van veel spullen het dubbele aantal nodig: dubbel zoveel luiers, twee bedjes, twee autostoeltjes en ga zo maar door. Niet van alles gelukkig, want hoewel 1 tweelingkinderwagen veel ruimte inneemt, is het nog altijd minder dan twee kinderwagens.

    Als ze ouder worden is het zoeken naar de balans, bijvoorbeeld op het gebied van speelgoed. Je hoeft echt niet van alle vormen van poppen, auto’s en ballen twee identieke exemplaren aan te schaffen, maar je komt sowieso een keer in de situatie dat ze samen willen spelen, tekenen of bouwen, dus je zult al snel meer speelgoed in de kast vinden dan dat eenling-ouders hebben. En met twee kinderen op 1 fiets is alleen al logistiek een uitdaging.

    Verjaardagen en Sinterklaas zijn mooie momenten om de inventaris aan te vullen, maar nieuwe spullen kopen of krijgen is echt niet altijd nodig. Sommige dingen zijn bij opgroeiende kinderen maar kort nodig, zoals een loopfiets totdat ze op een fiets met trappers kunnen, en ander speelgoed raakt na een tijdje te bekend en daardoor minder geliefd. En alle ouders ervaren dit, dus er is niet alleen vraag, maar ook aanbod. Marktplaats, Vinted en andere platformen bieden hiervoor uitkomst, maar de vrijmarkt op Koningsdag kan ook een productieve plek zijn.

    De vrijmarkt is ook nog eens een leuk uitje, dus gingen we met z’n vijven, allemaal in het oranje gekleed, naar het open veld in het dorp waar ieder jaar de vrijmarkt georganiseerd wordt. Op tijd, want de leukste spulletjes zijn als eerste weg, en er is sowieso al minder dan eerder: minder mensen sparen spullen op tot eind april, en veel wisselt digitaal van eigenaar.

    Een echt doel hadden we niet, maar de kinderen mochten allemaal 1 ding uitzoeken, en wij hoopten een leuk stepje voor Mila en Noud tegen te komen (want die konden ze dan prima delen). 

    De kinderen wezen allerlei brandweerauto’s, hijskranen en spelletjes aan, maar ze werden pas echt enthousiast toen er bij een kraampje drie paw patrol figuurtjes met hun autootjes lagen, ook nog eens van karakters die ze nog niet hadden. Wijs besloten ze samen dat dit de aankoop ging worden, want dat was het eerlijkst – ze zijn namelijk alle drie enorm fan. Vier blije kinderen dus, want de verkopende 10-jarige was ook helemaal blij met deze koppelverkoop.

    Verder was het leuk rondneuzen, maar vonden we niks dat we nog nodig hadden. Maar ik weet wel dat we er volgend jaar weer te vinden gaan zijn: voor nieuwe leuke aankopen, of om juist van al het speelgoed dat niet meer gebruikt wordt af te komen.

  • Dick: “We deden ons best om stereotypes te voorkomen”

    Een opgroeiende jongen-meisje-tweeling is in veel opzichten fascinerend. Omdat ze twee-eiig zijn verschillen ze genetisch net zo veel als broers en zussen die niet tegelijk geboren zijn. Maar ze groeien wel precies gelijktijdig op dus we denken dat we ze precies hetzelfde behandelen. Vaak krijgen we vragen over of we verschillen zien in hun gedrag. Kun je duidelijk zien dat de een zich meer jongensachtig en de ander zich meer meisjesachtig gedraagt?

    De verschillen zijn bij ons heel groot! En die sluiten naadloos aan bij de bestaande stereotypes. Hoewel we ons best doen om onze kinderen zonder duidelijk gedefinieerde verwachtingen en met een open blik op te voeden, hadden ze van jongs af aan hun eigen voorkeuren.

    Zo gaven we ze voor Sinterklaas eens allebei een pop, maar onze zoon verloor al heel gauw de interesse daarvoor. Onze dochter vindt auto’s niet erg boeiend, onze zoon is er gek op. En haar lievelingskleur is roze, ze is bijzonder zorgzaam en is gek op knuffelen. Terwijl onze zoon liever iets aan het bouwen is of achter z’n grote broers aanhobbelt.

    Dus al gauw ontkwamen we er niet aan: boven aan het verlanglijstje van onze zoon prijkte een vrachtauto, onze dochter wilde niets liever dan een Peppaknuffel… en waar onze zoon het liefst een speelgoedautootje in bed meeneemt, houdt onze dochter van eenhoorns.

    Terwijl we echt ons best deden om stereotypen te voorkomen. Zijn die voorkeuren dan toch aangeboren en niet aangeleerd?

    Gelukkig is hier veel onderzoek naar gedaan. Daaruit blijkt dat er vlak na de geboorte vrijwel geen verschil is tussen gedrag van jongens- en meisjesbaby’s. Er is een klein verschil in hersenomvang en motorische ontwikkeling maar dat is minder dan je zou denken. Er zit veel meer overlap tussen de ontwikkeling van groepen jongens en meisjes dan dat ze verschillend zijn.

    Bij dreumesen en peuters, zeg vanaf een jaar of twee, beginnen wat grotere gedragsverschillen te ontstaan. Dit wordt niet toegeschreven aan henzelf, maar aan de buitenwereld: volwassenen om de opgroeiende kinderen heen gaan – soms onbewust – net iets anders met jongens dan met meisjes. Dit is al in de jaren ’70 onderzocht: volwassenen behandelden een baby op een andere manier als hen wordt verteld dat het een jongetje is dan wanneer wordt gezegd dat het een meisje is, bijvoorbeeld door ander soort speelgoed aan te bieden.

    Dus ook die zorgzaamheid van onze dochter is waarschijnlijk aangeleerd: kennelijk zijn we bij onze dochter altijd iets zorgzamer geweest dan bij onze zoon, die we juist wat meer eigen verantwoordelijkheid hebben gegeven. En onze tweeling heeft al heel jong gezien dat andere jongens van auto’s houden en andere meisjes van poppen. En dat is feilloos geïnternaliseerd en gekopieerd, al vanaf dat ze baby’s waren…

    Een grappig inzicht is het wel: we zijn zelf grotendeels debet aan de jongen-meisje-verschillen die we bij onze kinderen waarnemen. Onbewust behandelen we ze kennelijk toch net iets anders. Bij de een iets geduldiger, bij de ander iets directer, bij de een iets voorzichtiger, bij de ander juist iets meer actie. Als we verschillen zien tussen hen, dan kijken we eigenlijk in de spiegel naar ons eigen gedrag en aannames. De les die we hieruit halen? Soms bewust een beetje tegenhangen. Zolang onze kinderen maar weten dat ze volledig worden geaccepteerd, ook als ze zich toevallig niet helemaal happy voelen bij een stereotype.

    Maar zo lang het verlanglijstje van de een vol staat met knuffels en die van de ander met vrachtauto’s hebben we weinig keus… We weten wel waarmee ze zullen spelen!

  • Rob: “Je probeert dit bij een tweeling niet te doen, maar het gaat automatisch”

    “Wat een goede hulpen heb je”, zegt een voorbijganger als ik met Mila en Noud in de supermarkt loop. Nadat we onze oudste naar school gebracht hebben, fietsen we altijd langs de supermarkt, en Mila en Noud lopen beiden met een klein karretje achter me aan.

    Hij heeft gelijk, kleine kinderen vinden weinig dingen leuker dan papa of mama helpen. En het maakt niet uit waarmee. Maar productieve hulp is het niet altijd. De supermarkt gaat goed. Ze weten dat ze bij mij in de buurt moeten blijven, en dat ze niet van alles zomaar uit de schappen mogen pakken. En helpen met koken lukt meestal ook wel.

    Maar vaak houdt het “ik wil helpen” me vooral van het werkje dat ik wilde doen af, en ben je hen meer aan het begeleiden dan dat je zelf iets gedaan krijgt. Ik kan hier af en toe wel gefrustreerd over worden, al realiseer ik me dan vooral dat ik het zelf verkeerd heb aangepakt.

    Want de truc is om ze iets te laten doen dat lijkt op helpen, maar vooral geschikt is voor kleine kinderen. Dus niet helpen met plantjes in de tuin zetten (als je tenminste wilt dat er aarde en plantjes op de juiste plek in de tuin terechtkomen), maar takken en blaadjes verzamelen. Niet de ramen zemen, maar wel met een droog doekje de meubels afnemen. Dan is het voor hen een spelletje, en kom je zelf aan je klusje toe. En ja, ook dan doe je er langer over dan zonder kinderen, maar daar moet je je maar bij neerleggen.

    En hoewel dit voor de meeste kinderen waar zal zijn, gaat wel ieder kind er anders mee om. En zeker bij een tweeling vallen verschillen extra goed op. Ook bij ons, Mila en Noud zijn echt twee heel verschillende kinderen. Noud wil niets liever dan helpen, en sleept zijn zus mee. Mila houdt niet zo van de bezigheidstherapie, en zoekt vaak snel iets anders om te doen.

    Zo vergelijk je een tweeling constant met elkaar: de een liep sneller, de ander is sterker, en terwijl de ene nog losse woordjes brabbelde, praatte de ander al in volle zinnen. Dit gaat automatisch, ook al proberen we het te voorkomen. Ik heb me daarom vanaf het begin voorgenomen om niet te vaak te vergelijken en zo min mogelijk “de tweeling” te zeggen.

    Want naast onderdeel van een tweeling, zijn ze beiden natuurlijk ook zichzelf, en we willen niet dat zij zich alleen maar “1 van de tweeling” voelen. En het is misschien voor de een leuk om te horen dat hij of zij ‘voorloopt’, maar dat de ander daardoor automatisch ‘achterloopt’ is toch minder. We willen dat beide kinderen zich als zichzelf ontwikkelen. En gelukkig zijn Noud en Mila broer en zus, en loopt de ontwikkeling van jongens en meisjes sowieso niet synchroon, want bij een een-eiige tweeling zal dit nog sterker zijn.

  • Dick: “Ze zijn net een getrouwd stel”

    Dat het hebben van een tweeling regelmatig hard werken is, zal niemand verbazen. Zelfs nu onze tweeling drie jaar is, worden de nachten nog regelmatig onderbroken en stellen ze mijn geduld regelmatig op de proef. Maar ik ben ook de eerste om te benadrukken dat het geweldig is om een tweeling van zo nabij te zien opgroeien. Het is moeilijk om uit te leggen waarom dit zo is, maar hieronder doe ik een poging.

    Lees verder…
  • Rob: “In het vliegtuig schreeuwde de oudere dame ‘En nu is het afgelopen!’ naar ons zoontje”

    Om even aan de koude januarimaand te ontsnappen, hadden we een weekje naar de zon geboekt. Onze oudste wordt alweer bijna 5 jaar, het moment dat de leerplicht officieel start, dus dit was het moment om er nog even tussenuit te gaan, zonder aan de hoge prijzen van de schoolvakanties gebonden te zijn. Met het vliegtuig, want helaas is er in januari geen lekker weer op rij-afstand: voor het eerst vliegen met de kinderen, en dan meteen een kleine 6 uur, naar Egypte. De bestemming, een resort in Hurghada, was misschien niet zo avontuurlijk als die van eerdere vakanties, maar het vliegen met de kinderen vonden we toch best spannend.

    Lees verder…
  • Dick: “Als ze maar niet zouden ontwaken door een plens koud water in hun gezicht”

    Zo nu en dan vraagt iemand aan mij of ik – als vader van vier jonge kinderen – tips heb voor jonge ouders. Dat vind ik altijd lastig, want ik doe ook maar wat. En ik ben wel ervaringsdeskundige, maar alleen met onze eigen kinderen. Andere kinderen hebben misschien weer iets anders nodig. Maar één tip kan ik wel geven: doe iets. Als de kinderen zonder duidelijke reden hangerig of chagrijnig zijn: ga iets met ze doen. Speeltuin, kinderboerderij, speelbos, het maakt eigenlijk niet uit. Gewoon, even naar buiten. Soms lang, soms kort, maar ik heb er nooit spijt van!

    Lees verder…
  • Rob: “Het zag er eng uit, dus we besloten een ambulance te bellen”

    De kerstvakantie is achter de rug, en de school van onze oudste is weer begonnen. Dit betekent dat ik op mijn vrije dag weer “alleen” met Mila en Noud ben. 

    Op deze momenten wordt een van de voordelen van een tweeling duidelijk: ze spelen en kletsen met elkaar en hebben mij dus niet per se meer nodig om hen te vermaken. Nu ze goed kunnen communiceren wordt echt duidelijk welke band tweelingen opbouwen. Natuurlijk spelen ze ook veel met hun oudere broer, maar dat voelt toch anders.

    Lees verder…
  • Dick: ‘Een impertinente en irrelevante vraag’

    Als je met een baby-, dreumes- of peutertweeling op stap gaat krijg je vaak allerlei reacties. Ik vind dat altijd leuk, want enige trots is geen tweelingvader vreemd en dergelijke aandacht geeft de mogelijkheid die trots te etaleren. Meestal beginnen de gesprekjes op een vergelijkbare manier. Eerst staart de voorbijganger een tijdje naar de twee kindjes. Na bevestigend antwoorden op de wat obligate openingsvraag “zijn ze een tweeling?” zijn er een paar vervolgreacties of vragen mogelijk. Het meeste hoorde ik “dat zal wel druk zijn!” of “ik vond één kind (of: twee ‘losse’) al druk!”, maar ook kwam de vervolgvraag “zijn ze eeneiig of twee-eiig?” regelmatig terug.

    Lees verder…
  • Dick: ‘Dit is een ode aan de bakfiets’

    Deze column gaat over een vervoermiddel dat vaker negatief dan positief in het nieuws komt: sommige modellen bleken onverwachts in tweeën te breken, er zijn irritaties over de parkeerruimte die ze innemen, verzekeren is soms lastig en sommige mensen zouden ze het liefst op de rijbaan willen zien in plaats van op het fietspad. Maar ik ben – net als ongetwijfeld veel meer tweelingouders – groot fan van dit veelzijdige wonder. Daarom is deze column een ode aan de bakfiets.

    Lees verder…