Een opgroeiende jongen-meisje-tweeling is in veel opzichten fascinerend. Omdat ze twee-eiig zijn verschillen ze genetisch net zo veel als broers en zussen die niet tegelijk geboren zijn. Maar ze groeien wel precies gelijktijdig op dus we denken dat we ze precies hetzelfde behandelen. Vaak krijgen we vragen over of we verschillen zien in hun gedrag. Kun je duidelijk zien dat de een zich meer jongensachtig en de ander zich meer meisjesachtig gedraagt?
De verschillen zijn bij ons heel groot! En die sluiten naadloos aan bij de bestaande stereotypes. Hoewel we ons best doen om onze kinderen zonder duidelijk gedefinieerde verwachtingen en met een open blik op te voeden, hadden ze van jongs af aan hun eigen voorkeuren.
Zo gaven we ze voor Sinterklaas eens allebei een pop, maar onze zoon verloor al heel gauw de interesse daarvoor. Onze dochter vindt auto’s niet erg boeiend, onze zoon is er gek op. En haar lievelingskleur is roze, ze is bijzonder zorgzaam en is gek op knuffelen. Terwijl onze zoon liever iets aan het bouwen is of achter z’n grote broers aanhobbelt.
Dus al gauw ontkwamen we er niet aan: boven aan het verlanglijstje van onze zoon prijkte een vrachtauto, onze dochter wilde niets liever dan een Peppaknuffel… en waar onze zoon het liefst een speelgoedautootje in bed meeneemt, houdt onze dochter van eenhoorns.
Terwijl we echt ons best deden om stereotypen te voorkomen. Zijn die voorkeuren dan toch aangeboren en niet aangeleerd?
Gelukkig is hier veel onderzoek naar gedaan. Daaruit blijkt dat er vlak na de geboorte vrijwel geen verschil is tussen gedrag van jongens- en meisjesbaby’s. Er is een klein verschil in hersenomvang en motorische ontwikkeling maar dat is minder dan je zou denken. Er zit veel meer overlap tussen de ontwikkeling van groepen jongens en meisjes dan dat ze verschillend zijn.
Bij dreumesen en peuters, zeg vanaf een jaar of twee, beginnen wat grotere gedragsverschillen te ontstaan. Dit wordt niet toegeschreven aan henzelf, maar aan de buitenwereld: volwassenen om de opgroeiende kinderen heen gaan – soms onbewust – net iets anders met jongens dan met meisjes. Dit is al in de jaren ’70 onderzocht: volwassenen behandelden een baby op een andere manier als hen wordt verteld dat het een jongetje is dan wanneer wordt gezegd dat het een meisje is, bijvoorbeeld door ander soort speelgoed aan te bieden.
Dus ook die zorgzaamheid van onze dochter is waarschijnlijk aangeleerd: kennelijk zijn we bij onze dochter altijd iets zorgzamer geweest dan bij onze zoon, die we juist wat meer eigen verantwoordelijkheid hebben gegeven. En onze tweeling heeft al heel jong gezien dat andere jongens van auto’s houden en andere meisjes van poppen. En dat is feilloos geïnternaliseerd en gekopieerd, al vanaf dat ze baby’s waren…
Een grappig inzicht is het wel: we zijn zelf grotendeels debet aan de jongen-meisje-verschillen die we bij onze kinderen waarnemen. Onbewust behandelen we ze kennelijk toch net iets anders. Bij de een iets geduldiger, bij de ander iets directer, bij de een iets voorzichtiger, bij de ander juist iets meer actie. Als we verschillen zien tussen hen, dan kijken we eigenlijk in de spiegel naar ons eigen gedrag en aannames. De les die we hieruit halen? Soms bewust een beetje tegenhangen. Zolang onze kinderen maar weten dat ze volledig worden geaccepteerd, ook als ze zich toevallig niet helemaal happy voelen bij een stereotype.
Maar zo lang het verlanglijstje van de een vol staat met knuffels en die van de ander met vrachtauto’s hebben we weinig keus… We weten wel waarmee ze zullen spelen!
Plaats een reactie