Het tweede jaar vliegt voorbij, en voordat we het door hebben is de tweeling is al weer 2 jaar oud. Onze oudste is dan bijna 4, en we zien iedere dag de voordelen van dit kleine leeftijdsverschil: de kinderen kunnen heerlijk samen spelen. Met bouwmagneten, met hun keukentje, of met een emmer en een schepje in het zand buiten, dat maakt ze eigenlijk niet uit. Waar we de eerste twee jaar uren boekjes aan het voorlezen waren, of zelf een treinbaan aan het maken, willen en kunnen ze het nu steeds meer “zelluf”.
De 3 peuters spelen dus steeds zelfstandiger, en er is minder gedoe, dat is fijn, maar ook wennen. Als ouder hoeven we nu niet meer mee te spelen en je wordt soms zelfs compleet genegeerd. Maar denk maar niet dat je dan even iets voor jezelf kan doen! Want op het moment dat je de foto’s uit wil zoeken voor het fotoalbum, de loszittende la in de kast wilt vastmaken of de boodschappen wilt bestellen, komt er minimaal 1 kind naar je toe om te helpen, om aandacht te vragen, en – maar dit is een vermoeden – om vooral te beletten dat je iets nuttigs doet met de vrijgekomen tijd.
Dat is terugkijkend op de eerste twee jaar sowieso een les: hoe minder je je voorneemt om daadwerkelijk te doen als je met de kinderen bent, hoe leuker het voor jou en de kinderen is. Als reageren op dat ene appje ook ‘s avonds kan, is voor de achtste keer hetzelfde spelletje spelen ook niet erg en als je niet op een bepaalde tijd terug thuis moet zijn na een wandeling, wind je je ook
minder op over of hun kleine beentjes wel in het juiste tempo de goede kant op gaan.
Kinderen worden veel blijer van een ouder met aandacht, en ze zullen hun aandacht toch wel opeisen. Dus voor iedereen met meerdere peuters: er komt echt een tijd met rust en zelfstandig spelende kinderen. Koop dus vooral dat boek of tijdschrift, maar focus je niet op het uitlezen ervan: kijken naar spelende kinderen kan ook heel ontspannend zijn.
Plaats een reactie