Onze tweeling wordt eind dit jaar 4 jaar. Een spannende mijlpaal waarbij iedereen meteen aan ‘naar school’ denkt. En wij natuurlijk ook! We kunnen niet wachten en zien dat ze daar naartoe groeien. Sowieso is deze periode er een waarin ze zich razendsnel ontwikkelen. Maar met deze ontwikkeling worden ze ook steeds meer twee aparte kinderen en minder als tweeling gezien.
Onze jongen-meisje tweeling bestaat uit twee heel verschillende kinderen zoals ik al eerder schreef. En dat merken we steeds meer naarmate ze ouder worden: aan eigen keuzes voor wat ze leuk vinden om te doen, welke boekjes ze willen lezen, hoe ze graag willen dat hun ochtend- en avondrituelen eruit zien, maar ook aan de verschillen in allerlei ontwikkelstappen merken we hun eigenheid steeds duidelijker.
En hoe groot is het verschil eigenlijk tussen een tweeling en twee kinderen die bijvoorbeeld een jaar leeftijdsverschil hebben? In beide gevallen groeien ze grotendeels samen op en maken ze hetzelfde mee. Natuurlijk, er gaan komende jaren allerlei vragen spelen als ‘komen ze in dezelfde klas?’, ‘krijgen ze hun eigen vrienden?’ en ‘ontwikkelen ze hun eigen interesses?’ Maar in ons geval zijn dat niet zulke spannende vragen, juist omdat we nu al zien dat ze zo verschillend zijn. Ik kan me voorstellen dat dit voor een identieke tweeling heel anders is.
Zo zie ik onze tweeling ook steeds vaker: een ‘gewone’ broer en zus die zijn geboren op dezelfde dag. Het blijft bijzonder, maar het overweldigende van toen ze nog baby’s waren is er niet meer.
Hoewel dit natuurlijk een mooie ontwikkeling is, betekent het voor mijzelf ook een overgang. Omdat onze tweelingkinderen zich steeds meer apart van elkaar ontwikkelen, wordt mijn rol als tweelingvader ook steeds minder bijzonder. Natuurlijk zal ik altijd tweelingvader blijven, maar mijn rol verschilt steeds minder van die van andere vaders. Het betekent daarmee ook een afronding van een bijzondere periode.
Maar des te meer geniet ik trouwens van de momenten dat ze wél weer heel erg tweeling zijn. Bijvoorbeeld als ze – bijna onbewust – elkaars hand vastpakken als ze samen over de camping lopen. Of als ze samen in de bakfiets uitgebreide gesprekken voeren die zelfs voor mij moeilijk te volgen zijn. Dan zie ik het weer: deze twee hebben een heel bijzondere band. En ik voel me bevoorrecht dat ik daar getuige van ben.
Plaats een reactie